
Lokale trends t/m 2025
Voor de algemene soorten wordt hier een vergelijking gemaakt tussen de drie jaren waarvoor we gegevens hebben. De jaren 2025 en 2023 hadden een relatief warme en droge voorjaar en zomer, in tegenstelling tot 2024 waarin het toen nat en koud was. Van de vijf soorten hebben vier ervan een lager percentage mislukte nesten in 2025 en 2023 dan in 2024. Wat betreft het aantal eieren is het beeld gevarieerd. Voor de bruine kiekendief was het aantal eieren hoger als in beide voorgaande jaren. Voor de buizerd en sperwer was het aantal eieren juist lager tot iets lager dan in beide voorgaande jaren. Voor de havik is het aantal eieren door de jaren heen ongeveer gelijk. Van de vijf soorten hebben de torenvalk en sperwer een hoger aantal pullen in zowel 2025 en 2023 ten opzichte van 2024. Voor buizerd en havik liggen de aantallen pullen van de drie jaren dicht bij elkaar. Alleen de bruine kiekendief kende een duidelijk lager aantal pullen in 2025 dan in voorgaande jaren. Als we echter het aandeel jongen dat groot wordt, berekenen (aantal pul/aantal ei), dan is er voor torenvalk, buizerd en sperwer in 2025 en 2023 een hoger aandeel overleving dan in 2023. Voor de havik is dit ongeveer gelijk in de drie jaren. Alleen voor de bruine kiekendief zien we een afnemend aandeel overleving door de drie jaren heen. Het laatste jaar. 2025, had in het algemeen gunstig weer voor het broedseizoen van roofvogels. Dit komt overeen met de lagere percentages mislukte nesten en hogere overleving van de pullen. Waarom het aantal eieren lager is in 2025 dan in het koude en natte jaar 2024 is onduidelijk. Dit zou kunnen wijzen op een onvoldoende opbouw van reserves in de winter van 2024/2025. Maar dit soort conclusies vereisen een langere datareeks en nader onderzoek, bijv. naar de mate van spreiding van broeddata.


