
Roofvogels mogen dus niet worden verstoord, tenzij….vergunning
Als niet kan worden voorkomen dat door een activiteit de nest- of rustplaats verloren gaat ofwel in functionaliteit wordt aangetast, dient een omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit aangevraagd te worden. De wet ziet verstoren bij vogels enkel als de verstoring van wezenlijke invloed is op de (gunstige) staat van instandhouding (van de populatie). De functionaliteit van de nestplaats, waaronder het essentiële leefgebied valt, moet altijd geborgd blijven. Voor veel onderhoudswerkzaamheden, zijn er gedragscodes opgesteld, wat wel en niet mag in relatie tot flora en fauna, en waarvoor dus geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Voor het verkrijgen van een vergunning voor een windpark wordt getoetst of de verwachte sterfte voor roofvogels onder de 1%- mortaliteitsnorm ligt. De 1% mortaliteitsnorm houdt 1% van de jaarlijkse natuurlijke sterfte in.
Een vergunning wordt pas verleend, als het belang van de activiteit echt groter is dan het belang van de vogels. Bijvoorbeeld: het willen bouwen van een huis op een perceel grond, waarop een schuur is (die moet wijken) met een nestkast van een kerkuil, is een onvoldoende groot belang. Voor informatie welke vergunningen zijn aangevraagd/verleend, zie achterliggende document.
​

